Nieuwe bouwen

Provisor Nabben heeft zijn blik op de toekomst gericht. Hij wil ook een vormgeving die toekomst uitstraalt. Ook de tijd is er rijp voor. De oorlog heeft het vertrouwen in de traditionele normen en waarden danig geschokt en men gaat op zoek naar een nieuwe orde. Een voorbeeld hiervan vinden we in het College jaarboek van 1958. De avant-garde van de jaren ‘20 wordt herontdekt en geeft nieuw elan aan de overproductie van de wederopbouw. Nieuwe materialen als beton en staal worden de dragers van expressiviteit. Fabrieken maken onderdelen die in de bouw ingebracht worden. Kleinschaligheid maakt plaats voor abstractie. Nabben vindt een handlanger in architect Pierre Weegels, waarvan de familie immers een betonfabriek bezit en die door zijn opleiding op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen.

De architectuur van het Bauhaus wijst de weg. Deze architectuurschool in Duitsland  uit de jaren ‘20 en ‘30, wil het zielloze toepassen van moderne materialen uit de industriële revolutie tegengaan. Kunst en ambacht worden aan elkaar gekoppeld om een nieuwe uitingsvorm met nieuwe materialen te bewerkstelligen. Als Hitler de school sluit en als “entartet” betitelt, vluchten vele talentvolle vakmensen naar alle windrichtingen en leggen na de oorlog overal de kiem voor; “het nieuwe bouwen”.

Le Corbusier

Le Corbusier doet in Frankrijk wat het Bauhaus in Duitsland deed. Hij verenigt echter in zich wat bij het Bauhaus in veel personen opgedeeld zit: het bouwen en de kunst. Zijn abstracties zijn ook plastieken, de gebouwen als beeldhouwwerken.

Plastieken

Zijn latere werken ontwerpt hij voor religieuze opdrachtgevers en verdiepten zijn gevoel voor de intuïtie in een abstracte structuur. Absolute hoogtepunten in de architectuur zijn het klooster “La Tourette” en de kapel “St. Marie d’ Eglise” in Ronchamp, gebouwd in 1955.

La Tourette
Ronchamp

Het is dezelfde periode dat architect Weegels de opdracht voor de Lichtenberg krijgt. Aan de ritmiek van de kolommen en de betonnen kozijnstijlen van het theatergebouw kunnen we de invloed van “La Tourette” ontdekken. Het meest direct zien we de relatie tussen de kapel in Ronchamp en de Mariakapel. De gebogen wanden, het gewelfde dak dat door het raamlicht vrijkomt van de muren en het licht uit de “lantaarn” op het dak.

Toch is de invloed van Le Corbusier door architect Weegels doorleefd. Zijn schepping is geen nabootsing maar een vertrekpunt voor iets nieuws. Opvallend is de combinatie tussen de abstractie van het beton en de traditioneel gestapelde muren van natuurstenen blokken, die veel voorkomen in het zuid- Limburgse land. Er ontstaat zo een overbrugging in de architectuur, die door de oorlog uit elkaar gespleten is. Het verbindt de abstractie van de beton met de aarde, een techniek waar ook Le Corbusier in uitblonk.